Reiswiegje

In P&M 125 vindt u het artikel Reiswiegen 6x anders. Bij dit artikel maakt u als gratis extra het kussentje, het matras en de kleertjes van het popje van Cecile van Dongen.

Benodigd

Matrasje: Lapje van 80 x 65 mm * Fiberfill (vulling) * Naaimachine of naald en draad
Kussentje: DMC fil a dentelles nr 80 * Breinaaldjes nr 0.8 * Haaknaald nr 0.6 of 0.7 * Zijden lint 2 mm br, ± 50 cm in afstekende kleur * Dunne stof in afwijkende kleur 40 x 40 mm (binnenkussentje) * Fiberfill (vulling)
Jurkje, mutsje en kussentje: DMC fil a dentelles nr 80 * Breinaaldjes nr 0.8 * Haaknaald nr 0.6 of 0.7 * ± 50 cm zijden lint 2 mm br in afstekende kleur * 40 x 40 mm dunne stof in afwijkende kleur (binnenkussentje) * fiberfill (vulling).

reiswieg 2

DOOPJURKJE
DMC nr 80 kleur wit
Breinaaldjes nr 0.8.
Deze doopjurk wordt van boven naar beneden aan één stuk gebreid.
LET OP !! Waar in de beschrijving staat: “mrd” (meerderen) betekent dat, dat u dan breit: 1 bijm – 1 re – 1 bijm, en het bijmaken gebeurt zonder het draadje tussen twee st van de vorige nld te verdraaien.
16 st opzetten en 1 nld av breien.
2e nld: 2 re – 1 bijm – 3 re – 1 bijm – 6 re – 1 bijm – 3 re – 1 bijm – 2 re = 20 st.
Alle terugg nld av.
4e nld: 2 re – mrd – 3 re – mrd – 6 re – mrd – 3 re – mrd – 2 re = 28 st.
6e nld: 3 re – mrd – 5 re – mrd – 8 re – mrd – 5 re – mrd – 3 re.
8e nld: 4 re – mrd – 7 re – mrd – 10 re – mrd – 7 re – mrd – 4 re.
10e nld: 5 re – mrd – 9 re – mrd- 12 re – mrd- 9 re – mrd – 5 re.
12e nld: 6 re – mrd – 11 re – mrd – 14 re – mrd – 11 re – mrd – 6 re = 60 st.
14e nld: brei 8 re en zet deze st op een hulpnld – dan voor het eerste mouwtje: 1 bijm – 13 re – 1 bijm – OMKEREN –(zet de overige st ook op een hulpnaald) – 15 av – omkeren – en over deze 15 st nog 10 nld tricotst breien. Daarna afk en de draad niet afbreken, maar aan de afkantrand (= achterzijde van het werk) een toer haken van * 2 l – 1 v * in elke st. Daarna draad afbreken.
Brei vervolgens de volgende 18 st van de hulpnld re naast de eerste 8 st – daarna weer 1 st bijm – 13 re – 1 st bijm voor het tweede mouwtje. Brei dit zoals het eerste mouwtje.
Tenslotte breit u de laatste 8 st re naast de 18 + 8 st van de hulpnld = 34 st.
Brei av terug op deze 34 st aan elkaar als één geheel.
2 nld tricotst en 2 nld boordst.
Vlg heeng nld: * 1 re – 1 st niet verdraaid bijm * = 66 st.
Terugg nld: 1 av – * 1 re – 2 av * – 1 re – 1 av.
Nu verderbreien in PATROONSTEEK:
1e nld: 1 re – 1 av – * 2 re sb – 1 omsl – 1 av – 1 omsl – 1 overh – 1 av * 2 rsb – 1omsl – 1 av – 1 re. 2e, 3e en 4e nld breien zoals de st zich voordoen: 1 re – 2 av of 2 re – 1 av.
5e nld: 1 re – 1 av – 1 omsl – 1 overh – 1 av – * 2 rsb – 1 omsl – 1 av – 1 omsl – 1 overh – 1 av * – 1 re.
6e, 7e en 8e nld: breien zoals de st zich voordoen.
Deze 8 nld 4 x breien. U heeft dan 8 rijen gaatjes boven elkaar.
Brei nu 2 nld re = 1 ribbeltje op de voorkant.
Volg nld: * 1 re – 1 bijm zonder verdraaien * = 131 st.
Verder in tricotst tot een totaal van 8 nld. Dan afk en de draad niet afbreken. Sluit nu eerst de middenachternaad tot aan het gladde bovenlijfje en haak dan onderaan de zoom een toer van * 1 v – 2 l * en sla telkens 1 steekje over, u haakt dus op de voorkant van het werk.
Haak langs het sluitingssplit middenachter een toer v naast elkaar, doorgaand haakt u langs het halsje: * 2 l – 1 v * vlak naast elkaar en weer langs de andere kant van het split v vlak naast elkaar.Haal nu zijden lintjes door het werk en laat daarbij steeds de eindjes zo lang vrij hangen, dat u er later een strikje in kunt maken:
a. Een lintje onder de haaksteekjes vanaf middenvoor achter langs het halsje tot weer middenvoor. Laat achter ruimte genoeg om het popje door te kunnen steken bij het aankleden.
b. Een lintje door de beide mouwtjes onderaan, ook juist boven de haaksteekjes, met de eindjes aan de buitenkant.
c. Een lintje net boven de nld met de bijgemaakte steken (ruche) aan de onderkant van de rok met strikjes 3 cm uit elkaar links en rechts van het midden.
Trek het popje nu het jurkje aan en sluit eerst de middenachternaad tot aan het halsje. Trek dan de lintjes om het halsje en om de mouwtjes strak aan en sluit ze met een strikje. Laat middenvoor de lintjes wat langer hangen.

MUTSJE
DMC nr 80 kleur wit. Breinaaldjes nr 0.8.
Zet 24 st op en brei 2 nld re – 1 nld av en verder in tricotst.
11e nld: re op de achterkant.
12e nld: re.
13e nld: av.
14e nld: 4 x (1 re – 2 rsb) – 4 x (1 overh – 1 re) = 16 st.
15e nld av.
16e nld re. Haal nu de einddraad (met bolletje garen) door alle st en trek strak aan. Haak dan verder onderaan het mutsje vasten vlak naast elkaar, doorgaand aan de voorrand * 2 l – 1 v in elke opzetsteek * en weer v naast elkaar onderaan, sluit de toer, breek het draadje af en werk het weg.Haal een lintje vanaf midden boven op het mutsje, vlak achter de haaksteekjes, onder het kinnetje door, langs de voorrand weer tot midden boven. Zet het mutsje op het poppenkopje en sluit het glad aan door in de eindjes bovenop een klein strikje te maken.

KUSSENTJE
Zet 27 st op met DMC nr 80 wit en breinaaldjes nr 0.8 en brei 1 nld re.
Nld 2: 1 re – 1 av – *2 re – 1 av* – 1 re. Nld 3: re boven re en av boven av. Nld 4: 1 re – 1 av – *2 rsb – 1 omsl – 1 av – 1 omsl – 1 overh – 1 av* – 1 re. Nld 5: als nld 3; brei de omsl als st. Nld 6: als nld 2. Nld 7: als nld 3. Nld 8: 1 re – 1 av – 2 re – 1 av – *2 rsb – 1 omsl – 1 av – 1 omsl – 1 overh – 1 av * 2 re – 1 av – 1 re. Nld 9: als nld 5.
Herhaal nld 2 t/m 9 nog 2 maal.
Herhaal vervolgens nld 2 t/m 5 nog 1 maal.
Herhaal daarna nld 2 en nld 3 nog 1 maal.
Brei hierop 3 nld re; de middelste nld hiervan is re op de achterkant en vormt een ribbeltje op de voorkant, dit is de vouw in het kussentje tussen vóór- en achterkant.
Brei in tricotst verder tot deze gladde achterkant even lang is als de voorkant (= 32 nld tricotst). Kant daarna breiend af.
Breek de draad niet af, maar haak ermee verder.
Vouw het lapje dubbel met de goede kant buiten en sluit het kussentje aan de buitenzijde: haak aan 2 zijkanten en over het ribbeltje een tr v naast elkaar (laat dus één zijkant open).
Naai een binnenkussentje dat rondom enkele mm kleiner is dan het gebreide kussentje. Vul dit licht op met fiberfill en schuif het in het gebreide kussentje.
Haak de laatste zijkant dicht en sluit de tr met een hv in de 1e v.
Tr 2: *2 l – 1 v* in elke v van de 1e toer, met op de hoekjes 2 maal (2 l –1 v) in dezelfde steek. Tr 3: picootjes.
Breek de draad af en werk weg.
Rijg rondom een zijden lintje door de eerste vastentoer en maak een piepkleine strikjes op de twee bovenhoekjes.

MATRASJE
Vouw het lapje van 80 x 65 cm met de goede kant naar binnen dubbel tot 40 x 65 mm.
Stik de buitenkant aan 3 zijden (de gevouwen rand en een lange en een korte zijde) door tot een sloopje van 3,5 x 6 cm. Vul het met fiberfill en sluit de opening met kleine steekjes. Hecht dan met een dubbele draad het kussentje op verschillende plaatsen van bovenkant naar onderkant door en hecht de draad strak af zodat er ‘putjes’ in het matrasje komen.