P&M 124 – Beatrix van stof

Bekijk hier de extra werkbeschrijving van Beatrix van stof uit Poppenhuizen & Miniaturen 124.

Benodigdheden

  • Witte stof
  • Rood fluweel of dun vilt
  • Witte sabelbont (of wit vilt en een zwarte watervaste viltstift)
  • Goudkleurige lovertjes
  • Parelkraaltjes
  • Oranje lint
  • Wit zijdelint
  • Broche voor op het lint
  • Garen, naalden en spelden
  • Kettinkje (van bijv. een sleutelhanger)
  • Nephaar of wol
  • Textiellijm.

Jurk
Neem alle patroondelen van de jurk over op de stof en knip ze zonder naadtoeslag uit.
Naai de rok in elkaar en sluit de mouwnaden.
Sluit de schoudernaadjes en naai de figuurnaadjes in het voorpand. Zet de mouwen in de armsgaten en sluit de zijpandjes.
Kijk of het bovenstukje tot iets boven het middel past met een naadje, kort het anders wat in. Naai het bovenstukje aan de rok vast. In het achterpand van de rok is een kleine split geknipt. Het rugpand van het bovenstukje blijft open; sluit middenachter pas als de pop de jurk aan heeft.
Meet of alles de goede lengte heeft en naai of plak de zoompje in de rok en de onderkant van de mouwen. Plak of naai ook een zoompje in de halsrand.

Het haar
Neem een pluk nephaar. Smeer het kale hoofd in en plak er het haar, met de korte kant, van achteren naar voren op, zodat er een flinke bos over haar gezicht heen hangt. Breng wat lijm aan over het vastgeplakte haar en sla het haar dat over haar gezicht hangt weer naar achteren. Duw het in het model ’Beatrix’ en knip het mooi bij. Laat goed drogen. Maak van het stukje ketting een diadeem. Plak in het midden een puntje van 3 kraaltjes. Vouw de uiteinden van de het kettinkje over het haar heen naar achteren, knip het teveel af en zet ze aan elkaar.

TIP: Je kunt ook een diadeem maken van papier.

Trek de pop de jurk aan en sluit middenachter met een blinde steek. Neem het witte zijdelint en wikkel dat 2 maal om de taillenaad.
Leg het oranje lint over één schouder schuin naar de andere kant en plak de uiteinden bijna onderaan over elkaar. Maak een broche van lovertjes en plak dat op het geplakte gedeelte van het lint.
Maak een broche voor op haar rechterschouder. Rijg van de parelkraaltjes een kettinkje dat net lang genoeg is en knoop die om haar hals.

Mantel
Knip het patroondeel uit rood vilt of fluweel. Leg het rode stuk op een groter lapje wit vilt of sabelbont en knip dit met één cm naadtoeslag uit. Maak met zwarte watervaste viltstift zwarte vlekjes op de stof. Probeer het eerst uit op een reststukje. Leg de rode stof weer op het witte stuk, vouw de overstekende rand om de cape, de vlekje boven, en plak de rand vast. (Het is niet erg als er plooitjes inkomen; op haar inhuldigingsfoto zijn ook plooitjes te zien.)
Knip de kraag uit witte stof en maak er zwarte vlekjes op. Plak de kraag, alleen aan de halsrand van de mantel, vast.
Plooi de mantel op haar schouders en leg de sleep netjes naast haar neer. Of als ze op een stoel zit, naast de stoel op de grond.